Blij

Ik ben enorm blij. Echt, zielsgelukkig… Niet alleen omdat ik hier in een stuk van de wereld zit waar zomers en zelfs lentes bestaan uit veel zonlicht. Ook niet omdat er een tolerante sfeer hangt en het niemand uitmaakt of je wit, zwart, blauw of geel bent of God, Allah, Boedha of Scarlett Johansson aanbidt. Natuurlijk, het speelt allemaal mee, maar waar ik echt blij mee ben is dat ik eindelijk een kapper heb gevonden die mijn haar precies knipt zoals ik het graag had gewild. Ik weet het: het klinkt raar dat iemand daar blij van kan worden, maar ik ben gewoon snel tevreden. Net als dat ik zielsgelukkig kan worden van stroom in de badkamer, trouwens, zodat je de wasmachine niet zelf heel hard hoeft rond te draaien. Maar dit terzijde… 

 

Kappersbezoeken hebben me heel mijn leven al slapeloze nachten bezorgd. Het grootste probleem? Kappers behoren tot de kleine groep gelukkigen die van hun hobby hun werk hebben gemaakt. Ze houden van knippen en dat doen ze dan ook vol overgave. Termen als kort, half kort, ‘amper iets eraf’ of ‘werk het alleen maar even bij’ hebben allemaal dezelfde betekenis. En dat is net wat je met een steeds verder terugtrekkende haarlijn natuurlijk niet wil. Als je ze al af kunt remmen door ze met enige bedreiging in je stem duidelijk te maken dat er alleen aan de zij- en achterkant flink wat af mag, dan werken ze de zijkanten zo hoog bij dat je hoofd er uiteindelijk uit komt te zien als een perfect in model zittende ananas. Hoewel dat op zichzelf indrukwekkend is, is het niet echt een look die mij staat. 

 

Maar gelukkig werd met die ellende dit keer bespaard. De kapster vroeg hoe ik het wilde hebben en voerde dat vervolgens haarfijn (wat een woordspeling… Nog iets waar ik dolblij van word) uit. En dus vertrok ik voor de verandering eens met een positief gevoel, wederom op weg naar San Francisco, waar ik aan mijn zoveelste ontdekkingsrondje begon. Herinneren jullie een van mijn vorige blogs nog? Die waar ik tips gaf over steile klimmen en uitlegde dat ik ergens naar boven klom om vervolgens direct weer naar beneden te gaan en dat omlopen minder lastig was? Nou, die klim kwam ik deze keer ook weer tegen. Helaas kwam ik er bovenop de berg pas achter, nadat ik mijn kuitspieren hoorde scheuren en een verdacht herkenbare steile helling naar beneden zag liggen naar mijn bestemming. Ach ja, drie maal is scheepsrecht, zullen we maar zeggen. Hoewel dat spreekwoord eigenlijk alleen uitgevonden is voor ezels die zich wel twee keer aan dezelfde steen hebben gestoten. Maar goed, de volgende keer gebeurt het me niet meer. Beloofd. 

 

De dagen dat ik thuis ben, vul ik met name met koffiezetten* en Netflixen/muziek luisteren. Beide activiteiten hebben hun uitdagingen, omdat alle huizen hier blijkbaar enorm gehorig zijn. Als er weer eens een van de vele protestmarsen door de straat dendert en er door een megafoon pro-Trump, anti-Trump, anti-racisme of waarom-hebben-we-hier-in-Amerika-nog-steeds-geen-bitterballen-leuzen door de buurt getetterd worden, wordt het wel heel lastig om Rob Verlinden, Judge Judy of Dré Hazes te verstaan. Ook de buren doen onbewust een duit in het zakje als ze het toilet doortrekken of de ramen openschuiven. Herrie schijnen ze hier wel van te houden, maar dat is een onderwerp voor mijn volgende blog. Zo houd ik de spanning er een beetje in. Probeer die cliffhanger maar eens te overtreffen, Goede Tijden… Met je onbekende dode. 

 

*Officieel mag ik nog niet werken, dus om de Amerikaanse overheid niet op mijn spoor te zetten en al na drie maanden met een welgemeend ‘Goodbye’ het land uitgeschopt te worden, gebruik ik even een codewoord voor ondertitelen en artikelen schrijven. Voor de mensen die misschien ongerust werden: geen nood, ik drink nog steeds geen koffie. En Goede Tijden kijk ik ook nog steeds niet. Dat nieuwtje las ik ergens.

Reactie schrijven

Commentaren: 0